Hier staat nog maar eens de toonladder van Do Groot met de respectievelijke akkoorden.

tl do 7

Je ziet bij de akkoorden cijfers staan: 1, 3 en 5. Het cijfer 1 verwijst naar de grondnoot. Op deze noot wordt het akkoord gebouwd. Het is het fundament van het akkoord. Daarom ontleent het akkoord zijn (haar?) naam altijd aan de grondnoot. (vb, het C akkoord heeft als grondnoot C.) De cijfers 3 en 5 staan voor de 2 tertsen die bovenop de grondnoot zijn gestapeld. Waarom een 5? Wel als je 2 tertsen combineert vormen de uiterste noten samen een kwint, vandaar het cijfer 5.

De grondnoot hoeft niet altijd de onderste noot van het akkoord te zijn. Zo kunnen ook Mi (3) of Sol (5) de onderste noot van het akkoord C zijn, maar dan spreken we over basnoot. Samenvattend: in een drieklank heeft men 3 mogelijke basnoten (vb, C, E en G in het akkoord C) maar er is maar 1 grondnoot!