tl do 1

Hierboven staat de toonladder van Do Groot. Op elke toontrap, aangegeven met de romeinse cijfers, is een akkoord, meer bepaald een drieklank, gebouwd met de noten van Do Groot.  Een drieklank is een opeenstapeling van 2 tertsen.  Een terts is een interval (of toonafstand) bestaande uit drie noten vandaar het latijnse rangtelwoord terts of in het nederlands drie.

Een voorbeeld: de terts Do-Mi heeft een afstand van 3 noten namelijk de noten DO, Re en Mi.

tb1 1

Nog een voorbeeld: de terts Mi-Sol heeft een afstand van 3 noten namelijk de noten Mi, Fa en Sol.

tb2 1

Als we de tertsen Do-Mi en Mi-Sol opeenstapelen krijgen we een drieklank: de drieklank C (C is de letterbenaming voor de noot Do).

a do 1

Het C-akkoord bestaat dus uit de noten Do-Mi-Sol. Dit zijn de I, III en V toontrap van de toonladder van Do Groot.

tb1 2

Men kan op elke toontrap van de toonladder een drieklank bouwen. Op toontrap V van Do Groot bouwen we het G-akkoord met de noten Sol, Si en Re. Deze noten komen van de tertsen Sol-Si en Si-Re die opeengestapeld worden.

tb2 2

 

Groot, klein en verminderd

tl do 2

Als we de akkoorden van de toonladder van Do Groot goed bekijken en beluisteren, komen we tot de vaststelling dat niet alle akkoorden dezelfde structuur hebben. Dat komt omdat de bouwstenen van akkoorden nl, de tertsen in verschillende maten bestaan: grote en kleine. Door grote en kleine tertsen te combineren, bouwen we:

  • grote drieklanken
  • kleine drieklanken
  • verminderde drieklanken
  • overmatige drieklanken

Laat ons eerst even teruggaan naar de intervallen om een en ander te verduidelijken.

 

Intervallen of toonafstanden

Het woord interval komt van het Latijnse “inter vallum” wat tussenruimte betekend. Intervallen krijgen namen van alweer Latijnse rangtelwoorden gaande van prime, secunde, terts, kwart, kwint, sext, septiem, octaaf, none, deciem, undeciem, duodeciem, tredeciem … . Een prime heeft geen tussenruimte, een secunde bestaat uit 2 noten, een terts uit 3 noten… . Om toch precies aan te geven hoe groot een interval is, wordt daaraan nog toegevoegd de aanduiding klein, groot, rein, verminderd, overmatig. Zo spreekt men van reine primen, grote en kleine secunden, grote en kleine tertsen, reine kwarten en kwinten, grote en kleine sexten, grote en kleine septiemen en reine octaven.

­­In de toonladder van Do Groot krijgen we volgende intervallen met do:

tl do 3

Naast de naam van het interval moet je ook weten uit hoeveel hele (1) en halve (1/2) tonen een interval bestaat. Dat is de inhoud van een interval.

tb 3

In het begin is dat een kwestie van tellen met behulp van de toonladder. Na een tijdje ken je de afstanden uit het hoofd.

Een voorbeeld:tl do 4Het interval Do-Mi: van Do naar Re = 1 toon en van Re naar Mi = 1 toon, samen dus 2 hele tonen ofwel een grote terts. Het interval Mi-Sol: van Mi naar Fa = 1/2 toon en van fa naar Sol = 1 toon, samen 1 1/2 toon of een kleine terts.

 

Terug naar de drieklanken

  • Door een grote en een kleine terts te stapelen, horen we een grote drieklank.
  • Door een kleine en grote terts te stapelen, horen we een kleine drieklank.
  • Door 2 kleine tertsen te stapelen, krijgen we een verminderde drieklank.
  • Door 2 grote tertsen te stapelen, ontstaat een overmatige drieklank.

Laat ons nog eens even kijken naar de akkoorden van de toonladder van Do Groot.

tl2 do 4

  • Akkoorden op toontrap I, IV en V zijn grote tertsakkoorden.
  • Akkoorden op II, III en VI zijn kleine tertsakkoorden.
  • Het akkoord op VII is een verminderd akkoord.

De grote tertstoonladder heeft dus geen overmatige drieklanken!